Die Welt sollte genesen
Dagbouk RSSDie Welt sollte genesen

Onze ogen dwaalden over de goudgele glooiingen van Jutland. Zij dronken dat lieflijke landschap. We inhaleerden de zware zeelucht aan het strand van die pijnlijk eenzame Jammerbocht. De benen droegen ons van- en naar piepkleine dorpjes met nog kleinere Sparwinkeltjes. Vriendelijke Denen wezen ons de weg en stonden ons te woord en zo liepen we verder langs een duinenrij die in niets verschilde met de vertrouwde duinen bij Schoorl of Texel. Maar de eeuwige ruis van de branding werd plotseling aan flarden gescheurd door een onbeweeglijke soort van boosaardigheid. Bij tientallen stonden daar plotseling die groteske verbeeldingen van de waanzin en de verdoemenis op een rij. Deels scheef gezakt in het smetteloze zand. Een onafzienbare rij getuigen van het kwaad in de vorm van bunkers in alle vormen en maten….
Die Welt sollte genesen.
Ook dit onschuldig strand
wurde vom Deutschen Wesen
verkracht in groepsverband.
Hier bouwden de Teutonen
hun duizendjarig rijk.
een driftig volk van klonen.
Geen enkel vergelijk.
Met steile hoge petten
en in paradepas.
Met hele korte metten
en onnut aan het gas.
Een leer van Blut und Boden.
Een macht zonder pardon.
en met miljoenen doden
en rucksichtslos beton.
Woorden om’t uit te leggen
zijn steeds nog op de vlucht.
Die laten zich niet zeggen.
Geen lettergreep- geen zucht.
De eeuwigheid zal ’t klaren.
Het tij maakt alles kwijt.
Heeft honderdduizend jaren
keer duizend jaar de tijd.
Waarheen ik wil
Dagbouk RSS
Waarheen ik wil.
Papier en pen- ik trek een spoor van speelse lijnen
en zoek en vind weer perspectief ……
en inzicht- en het zoet gerief…..
van om tersluiks naar mijn verdwijnpunt te verdwijnen…
naar de dimensie van het onvoltooide ergens.
Geen horizon- geen evenaar
geen polen en geen hier of daar.
Al wat er is– is altijd overal en nergens.
Zoals de stilte in een ruimte vol gedachten
die niet gevangen in de wet
van ratio of alfabet
op de verbeelding van de sprakeloze wachten.
Er lopen niet te schatten zilverwitte draden
naar sterren aan een firmament
en werelden die niemand kent
en alles dat daar achter nog weer is te raden.
En er zijn wonderlijke klanken en kastelen.
Er is dat eeuwig labyrint
dat nergens eindigt of begint
en waar om elke bocht iets staat om mee te spelen.
En dan nog dromen en momenten van ontwaken.
Volkomen helder- strak en stil
en ik kan gaan waarheen ik wil
over de verse sneeuw zonder een spoor te maken.
Er is geen tijd- geen toekomst en dus geen verleden.
Er is alleen die lange duur
soort van oneindig kosmisch uur.
Geheel omlijst met constant alomvattend heden.
Papier en pen- ik trek een spoor van speelse lijnen
en zoek en vind weer perspectief ……
en inzicht- en het zoet gerief…..
van om tersluiks naar mijn verdwijnpunt te verdwijnen.
(de foto is door Nena van der Lijke genomen)
Adam – ben jij dat?
Dagbouk RSS
Adam – ben jij dat?
Adam- ben jij dat- daar in dat dure pak?
Je doosje tranquillizers en je creditcards op zak?
Je villa wordt geschilderd en je oprijlaan geharkt
en jij teelt ondertussen een tweede hartinfarct.
Maar mocht dat niet gebeuren- dan krijg je een attaque.
Dan koop je maar een karretje en hou jij je gemak.
Adam- ben jij dat daar in dat dure pak?
……….
Adam– ben jij dat- die windbuil met een pet?
Je hebt een zonnebril op je bevroren hoofd gezet
want ogen zijn verraderlijk- zijn spiegels van de ziel
en iedereen zou zien dat je verziekt bent en seniel.
Je beeltenis alom- op alle muren jouw portret.
Een machobaviaan in uniform- jouw wil heet wet.
Adam- ben jij dat- die windbuil met een pet?
……….
Adam- ben jij dat- daar op je stijve krent?
Zit jij weer op je bijbel- je enig fundament?
En heb je naar believen Gods willen uitgelegd?
Of zit je te herkauwen wat jou is voorgezegd?
Zo raak je gauw verzadigd- bezadigd of dement.
Of doet dat niet ter zake als je maar christen bent?
Adam- ben jij dat- daar op je stijve krent?
……….
Adam- ben jij dat? Kijk uit dat je niet stikt.
Je toekomst- je carrière- gewogen en gewikt.
Je zinnen opgezouten- je tanende moraal
bestaat uit consumeren van tien keer tien modaal.
Je hebt je hele leven nog nooit eens wat vertikt.
Waar is je adamsappel- heb je die door geslikt?
Adam- ben jij dat? Kijk uit dat je niet stikt.
…………………………………………………………………………….
Adam- ben ik dat- daar met dat grijze haar?
Dat rijmboek vol met woorden- die tweedehands gitaar.
Ben ik die beterweter- de nar van mijn publiek
en dien ik met die liedjes de wereld van repliek?
Daar komt de grootste hufter geen tel van in gevaar!
Die mij zou moeten horen wordt nooit mijn luisteraar.
Adam- ben ik dat- daar met dat grijze haar?
Vita Nova
Dagbouk RSSVita Nova

Veni Vidi Vita- is de vierde in de rij.
Sterk en als geboren voor de vrijheid-
dat is zij.
Artistiek en niet te houden in haar
pubertijd.
Daarna snel zichzelf hervonden-
helemaal bevrijd.
Zesendertig jaren waaiden
met de wilde wind.
Moeder van twee kinderen en
tegelijk ons kind.
………………………………….
Toen- de oudste dochter van Tinie en mij het einde van haar pubertijd naderde- en ook ik mijn omgang met haar wist om te buigen richting wat meer geduld en begrip- veranderde er veel ten goeden in onze omgang. Vandaar het onderstaande gedicht dat ik in die woelige tijd schreef.
Vita Nova
Vita Nova- boterbloempje.
Pluisje in de wind.
Laat me jou de namen noemen
die ik voor jou vind.
Mooie blanke waterlelie
luister naar dit lied.
Luister nog heel even naar me
kruidje roer me niet.
Elke vraag is te voorspellen.
Morgen vraag je naar de zin.
Wat zal ik jou dan vertellen?
Want- zie ik het zelf wel in?
Wijsheid heb je niet te vrezen
want mijn wijsheid ging failliet.
Ik zal jou de weg niet lezen.
Zo geweldig lees ik niet.
Ga maar met de wereld spelen.
Ga maar op je benen staan.
Bouw je eigen luchtkastelen
langs een ladder naar de maan.
Reis naar overal en nergens.
Ga maar naar ik weet niet waar.
naar dat onbegrensde ergens
langs de weg van hier naar daar.
Leef je eigen lieve leven
tot je heel veel hebt gedaan.
Tot je niets meer hebt te geven.
Tot het tijd is om te gaan.
Tot je weet wat je wou weten
van je eigen firmament.
Tot je alle sterren- manen
en planeten hebt verkend.
Dat zal de ban verbreken
Dagbouk RSS
Dat zal de ban verbreken.
1 Ik vraag mij af…….
Mij werd als dienstplichtige ooit verkondigd dat ik het bevel van een meerdere ten allen tijde had op te volgen- en dat ik pas na de uitvoering daarvan beroep zou kunnen aantekenen……
2 Ik vraag mij af…..:
Is de krijgskunst ooit ontstaan uit de wil om iets te krijgen? Een handgeld. Kost en inwoning. Een mooi uniform. Respect. Zelfrespect. Aanzien!
Veranderen niet de meeste oorlogen op een of andere manier in een rooftocht?
Komt het zelfstandig naamwoord “krijger” niet regelrecht voort uit het werkwoord “krijgen?”
Ik zou het best willen weten- vooral van al die helden die de kist zijn ingegaan of waarvan nooit een snippertje is terug gevonden….maar dode helden zwijgen.
……………………………………………
3 Dat zal de ban verbreken.
De dode helden zwijgen
maar krijg stamt heus van krijgen.
Haast elke krijger krijgt zijn deel.
De één krijgt niets- een ander veel.
Dat is de oorlog eigen
en dode helden zwijgen.
Wie denkt de krijg te winnen
die zal er een beginnen.
Bevordert iedereen tot held
die zich alvast heeft aangemeld.
De buit is bijna binnen
voor die er denkt te winnen.
Wat zal de ban verbreken?
Wie zal nog waarheid spreken?
Want waarheid- dàt is heldendom.
Is nooit uitsluitend recht of krom.
Daar wordt naar uitgekeken.
Dat zal de ban verbreken
Emmapolder 1980
Dagbouk RSS
Emmapolder 1980
Ons kwartet bestond in 1977 uit twee gehuwde paren die elkaar op dansles vonden en na veel mitsen en maren besloten om te gaan samenwonen en ruimte te geven aan de liefde.
Al binnen een half jaar besloot er iemand zo niet verder te willen en verliet ons huis. Na nog anderhalf jaar verliet ons ook Jantina en bleef ik nog enige maanden met mijn wettige echtgenote en onze kinderen achter. Na de verhuizing van mijn echtgenote scheidden wij en zette ik mijn relatie met Jantina voort.
Om naar onze zin te kunnen wonen kochten zij en ik twee aan elkaar te koppelen oude stacaravans en plaatsten die naast een grote boerenschuur van een goede bekende. Zo geraakten we in de weidsheid van de Emmapolder maar ook in de leegte- de weerstand en de kritiek van familie en vrienden – het zelfbeklag- het zelfverwijt- alsook gevoelens van onmacht- schuld- eenzaamheid- verwijdering en twijfel…….
Hoe het was
De westenwind heeft me het woord gestolen
waarmee ik zeggen wilde hoe het was
om door dit half verdronken land te dolen…
door de verlatenheid van dit moeras.
Dit land gaat deze dagen als verscholen
onder een lange grijze regenjas.
De westenwind heeft me het woord gestolen
waarmee ik zeggen wilde hoe het was.
Vandaag de hele dag al buigen bomen
zich voor diezelfde redeloze wind.
Een wilde wind vanuit het niets gekomen
of daar vanwaar de eenzaamheid begint.
Een die van daaruit steeds is toegenomen
en nergens tegenstand nog ondervindt.
Vandaag de hele dag al buigen bomen
zich in diezelfde redeloze wind.
De regen op het raam brengt ons het heden.
Dat heden is een monotoon getik
en onze toekomst is van het verleden
gescheiden door dit ene ogenblik.
Die regen- liefste- is misschien de reden
dat je wat stil en triest bent- net als ik.
De regen op het raam brengt ons het heden.
Dat heden is een monotoon getik.
Vandaag de hele dag al valt die regen
en alle druppels vloeien traag aaneen.
Wij zijn elkaar meest meer dan toegenegen
en toch voel jij je net als ik alleen.
Die regendruppels kennen alle wegen
maar jij en ik wij weten niet waarheen.
Vandaag de hele dag al valt die regen
en alle druppels vloeien traag aaneen.
Uiteindelijk nabij
Dagbouk RSS
Mijn ouders bekeerden zich in 1936 tot de N.S.B. en maakten zich later zodoende schuldig aan collaboratie. Najaar1944 leidde dat tot de uittocht van velen die zich aan verraad bezondigden.Vader werd een geweer in handen gedrukt om het fascisme te verdedigen. (Grootvader- moeder- broer Peter- zusje Erika en ik- namen de vlucht naar Duitsland om daar het einde af te wachten. Maart 1945 vond daar een luchtaanval plaats vlak bij ons onderkomen. Mijn zusje wist de gevolgen niet te overleven en stierf na drie dagen. Nooit had ik enig idee waar haar stoffelijk overschot- en dat van meerdere slachtoffers ter aarde waren bezorgd. Alles om dit te achterhalen faalde tot mijn echtgenote op het idee kwam om de familienaam aan te passen aan een voor Duitsers begrijpelijke spelling. Van der Lijke werd daarom “van der Lyke” en dat zorgde op het scherm voor het verschijnen van een gedenksteen te Suhlendorf met daarop de namen van ter plekke omgekomen- of vermoorde dwangarbeiders. Geheel onderaan de naam van mijn op de leeftijd van drie jaren omgekomen zusje. Ik was mijn eerste levensjaar nog niet voorbij en heb daarom geen herinnering aan haar. “Uiteindelijk nabij”- is een korte omschrijving van haar lot zoals mij dat door mijn broer ter kennis kwam.
Uiteindelijk nabij.
Maart vijfenveertig viel het doek.
Jouw leventje- een zucht.
Je raakte als voor altijd zoek.
Gestorven- op de vlucht.
Met niets meer dan een dennentak
ter afscheid op jouw kist.
En ik- die nog geen woordje sprak
en nergens nog van wist……
had nog geen weet van moord en brand
en van jouw laatste uur.
Zo bleef je achter in dat land
vol haat en hellevuur.
Als ik ooit wist hoe jij vertrok…
ik weet het nu niet meer.
Een dwangarbeider op de bok.
Daarnaast een oude heer.
’t Is niet dat het er iets toe doet
maar bij jouw laatste reis
droeg grootvader zijn hoge hoed
en oogde vaal en grijs…..
van pijn en wanhoop en verdriet
als niet te vatten groot.
Met niets dan zorg in het verschiet
en schaduw van de dood.
De aarde nam jou daarna op.
Je kreeg een sober kruis.
Klein kleutertje net uit de dop.
Oneindig ver van huis.
En wij vonden de laatste trein
terug naar eigen land.
Een tocht van zijn of niet meer zijn.
Een wedren langs de rand.
Jouw jonge leven was de prijs.
Een thuiskomst zonder jou.
Hoe velen werden wereldwijs
na onmacht en berouw?
Maar tijd- die al wat is verslindt…
verzachtte- maakte vrij….
en bracht ons dit verloren kind
uiteindelijk nabij.
Een avond in Uithuizen
Dagbouk RSS
Een avond in Uithuizen is een ode aan de liefde- maar tevens zo goed als de waarheid rond de wijze waarop Jantina en ik voor het eerst contact maakten.
Niets geen overdrijving. De waarheid rond wat ons overkwam bij die eerste toevallige kennismaking- en daarna- is weliswaar moeilijk onder woorden te brengen maar toch verklaar is hierbij naar eer en geweten een vers te hebben geschreven dat die waarheid tot zeker 99 procent benadert. Lees en huiver.
Een avond in Uithuizen
Een Grand Café- een avond in Uithuizen.
Daar stonden zeven krukken aan de bar.
Op uitgesleten donkere plavuizen.
Daar was je dan- nog net geen twintig jaar.
Licht loensend door een grote bril.
Rondborstig- hartverscheurend pril.
Een beeld van schoonheid en van jeugd.
Van ondeugd hand in hand met deugd.
Met steil melkboerenhondenhaar.
Ik dacht direct: Had je me maar.
Omdat als jij mij hebben zou
dan omgerekend had ik jou.
Een Grand Café- een avond in Uithuizen.
Daar dacht ik: Toe dan Tarzan- grijp je kans!
en sleur die schoonheid over de plavuizen
al in een soortement van paringsdans.
Daar zat ik met m’n bal gehakt
als aan de tapkast vastgeplakt.
No net geen drieëndertig jaar
en toch al bijna middelbaar.
Zo kachel als een tierelier
van anderhalve meter bier.
Ik hoorde net nog wat je zei:
Hallo- is deze kruk nog vrij?
Een Grand Café- een avond in Uithuizen.
Jij zat me op te nemen van opzij
en schoof je kruk toen over de plavuizen
beetje bij beetje nog wat dichterbij.
Wel wonderlijk- want overvol
Van zelfverwijt en alcohol
zag ik er toen toch en profiel
uit als een natte randdebiel.
Ik zei: Ik neem d’r nog maar een.
Jij vroeg: Je drinkt toch niet alleen?
Ik zei: O.K. dan ober…..twee
Toen dronk jij dapper met mij mee.
Een Grand Café- een avond in Uithuizen.
Jij steeg toen je de derde had gehad
vanaf je kruk tot boven de plavuizen
en zong: Ik heb je eeuwig lief mijn schat.
Je sloeg je armen uit en vloog
vlak langs de kroonluchter omhoog
en vanuit jouw decolleté
vlinderden briefjes naar benee.
Daar stond: Ik wil geen bruidsboeket
maar een gebeeldhouwd hemelbed.
Rode gordijnen van velours
en elke nacht plaisir d’amour.
Een Grand café- een avond in Uithuizen.
Een zinvol einde van een mooi begin.
We dansten samen over de plavuizen
de deur uit en het lieve leven in.
Hoe vaak liepen wij hand in hand
wel langs de branding op het strand.
De vloed- perpetuum mobile
nam elke afdruk met zich mee.
Dat tij- zo sterk en watervlug
gaf ons er schelpen voor terug.
’t Is goed- nog steeds voor jou en mij
zo op en neer als met dit tij.
Een Grand Café- een avond in Uithuizen.
Daar stonden zeven krukken aan de bar.
Op uitgesleten donkere plavuizen.
Daar was je dan- nog net geen twintig jaar.
Lief kind
Dagbouk RSS
Onze jongste dochter is voor het eerst zwanger. Wat zeg ik? Zij heeft nog hooguit drie weken te gaan!
Drieëndertig is zij nu en nog maar krap zestien was zij toen ik onderstaand gedicht schreef. Ze puberde toen nog kranig zodat ik het haar nooit heb laten lezen maar nu gebeurt dat dan alsnog. Nog net voordat ons zevende kleinkind het licht zal zien!
Lief kind.
Lief kind ik doe mijn best jou niet de les te lezen.
Wil van ons beiden niet per se de wijste wezen.
want zo geweldig lees ik niet.
Mijn wijsheid ging al vaak failliet.
De wereld is er nooit een pietsie van genezen.
Je hebt in elk geval iets van mij in je genen.
Dus mag je best zo af en toe een mening lenen.
Maar als dat jou misschien niet past
dan is zo’n mening maar een last.
Wees dan niet bang voor vaders kromme- lange tenen.
Ik wil je helpen om je richting te bepalen
maar kan niet zorgen dat je nooit eens zult verdwalen.
Het is niet alles wat ik zeg.
Dus zoek gewoon je eigen weg
en als je faalt zal ik dat niet op jou verhalen.
Ik kan je denk ik boekenkasten vol vertellen
in antwoord op de vragen die je nog zult stellen.
Ik zie het een en ander in.
Misschien kom ik nog aan de zin
want dat je daar toch ooit naar vraagt is te voorspellen.
Maar ik weet niet of wie dan ooit wel echt kan weten
waar je de zin van het bestaan aan af kunt meten.
Toch was ik vroeger heel beslist.
Ik heb me kennelijk vergist
en wat ik zeker wist- ben ik al weer vergeten.
Je bent zo vrolijk en zo blij- het is bijzonder
dat jij een dochter bent van deze hypochonder.
Als je geen zin hebt- luister niet.
Dit is per slot een herfstig lied
en jij lief kind bent als een stralend lentewonder.
Oma Frederika
Dagbouk RSS
Johanna Frederika van der Lijke Prins.
Het is inmiddels april 2021 en zestig jaren geleden dat ik als zeventienjarige lichtmatroos op de coaster Capri ergens in Zweden- tussen Kramvors en Lulea te horen kreeg dat de moeder van mijn vader was overleden.
Oma Johanna had het gebracht tot de leeftijd van negenentachtig
jaren. Voor mij was- en is zij een liefdevol baken. Van vlak tot mijn derde tot halfweg voorbij mijn zesde levensjaar groeide ik op in haar gastvrije huis aan de Javalaan 2 te Apeldoorn .
Oma Frederika.
Oma ’s mooie kamer blonk van koper en kristal
en er lag een donkerrode loper in de hal.
Een kelder met plavuizen
en een zolder voor de muizen
en ik weet niet hoeveel koffers al met al.
Want daar stond wat zij bewaard had
en haar leven lang vergaard had.
Kisten vol herinneringen.
Allerhande dolle dingen
en zo kreeg ik langzaam weet
van een tijd vol lief en leed
waarin nog hier en daar een postkoets reed.
Daar stond nog opa’s wandelstok.
Daar hing nog opa’s wapenrok
want in die lang vervlogen tijd
zocht grootvader zijn zaligheid
tot aan de rang van kapitein
in dienst van Hare majesteit.
Precies zoals een kapitein moest zijn.
Ik hoefde me niet te vervelen.
Als ik buiten niet kon spelen
had ze boeken vol met plaatjes
en een doos tinnen soldaatjes.
Werd de kamer tegelijk
speelplaats en een wereldrijk
en altijd was er wel die schaal met chocolaatjes.
Ja ze was vaak veel te goed
vol geduld hield ze me zoet.
Maar het was toch ook wel fijn
dat ik bijna alles mocht.
Soms doet het me nog wel pijn
maar het heeft zo moeten zijn
dat ik de speeldoos die ik erfde heb verkocht.
En haar oude lapjeskat
had ze altijd al gehad.
Want die was een jaar of elf.
Dat was ouder dan ik zelf.
Oma -vroeg ik op haar schoot-
Oma wanneer ga je dood.
Ben ik dan misschien een beetje groot.
En al kon ze soms vergeten
of in eensklaps niet meer weten
waar ze iets had neergelegd….
het kwam altijd weer terecht.
En ze schonk de dominee
kokend water zonder thee
en ze wist niet wat ze net nog had gezegd.
En zo heeft ze bij haar leven
van een redelijk pensioen
meestal heel wat weggegeven
want ze was in goeden doen.
En zo leefde ze tevreden
meestentijds in het verleden
in haar goede- oude- jonge tijd van toen.
Oma- je was wijs en waardig
ook al heb je mij verwend.
Je was bovenal rechtvaardig.
Ja zo heb ik jou gekend.
Je was vroom en zeer rechtschapen
en zo ben je ook ontslapen.
Ik weet zeker dat je in de hemel bent.
……………….





