Ode aan de kunst

Dagbouk RSS

Ode aan de kunst
          

Hij gaat op wieken van de geest
en komt waar niemand is geweest.
Bezoekt geheimen- zoekt zijn ziel.
Reist op een tijdloos rollend wiel
naar lichtjes in de duisternis
om neer te schrijven hoe dat is.
Hij is een dichter- een poëet
al is er niemand die dat weet.

Hij gaat op wieken van de geest.
en komt waar niemand is geweest.

Zij danst en danst- is danseres
en geeft de laatste vlinders les.
Voor haar is er de zwaan bedacht
de bodem en de zwaartekracht
en dat is goed want anders zou
zij opgaan in het hemelsblauw.
Maar nu kan dat gelukkig niet
al is er niemand die haar ziet….

zij danst en danst- is danseres
en geeft de laatste vlinders les.

Hij zingt en speelt- die grijze bard.
Die oude- met zijn jongenshart.
Voor hem nog jaren- en voor hem
tabak voor zijn doorleefde stem
en drank voor dronkenmansverdriet
een leven voor het levenslied
en snaren voor zijn slotakkoord.
Al is er niemand die hem hoort….

hij zingt en speelt- die grijze bard.
Die oude met zijn jongenshart.

Zij tovert-  leent het late licht
een avond en een vergezicht
en schildert een zonsondergang.
Nog honderdduizend dagen lang
schijnt er die transparante maan
en zal die zon krap onder gaan.
Illusie- linnen- houten raam
een lijst- een onbekende naam.

Zij tovert- leent het late licht
een avond en een vergezicht.

Vanwaar de bergen en de wind
de regen en het wonderkind
dat beelden maakt en ons voorziet
van vorm uit vormeloos graniet?
Voor hem de eeuwigheid- voor ons
zijn erfenis in steen of brons.
Vandaar die beeldend tovenaar
alleen maar doodgewoon vandaar.    

Vandaar de bergen en de wind
de regen en dat wonderkind.

Zet n reaktie op stee

Velden mit n * binnen verplicht