Archief veur juni, 2022

Laatste woord.


Laatste woord.

Weet je dat een duizendpoot
op één poot kan staan
en dat alleen de dooie dood
niet hoeft dood te gaan?

Weet je dat een eendagsvlieg
de vleugels uit kan slaan?
Hoeft hij niet vanuit zijn wieg
de zon zien onder gaan.

Weet je dat als jij je zinnen
zet op iets- je onverstoord
van een echoput kunt winnen
strijdend om het laatste woord?

Korte gedichten 18 – Zeg me!


Zeg me!

Is er licht tussen hemel en aarde ?
Zeg me: Wat is voor jou meest van waarde ?

Is die waarde te koop
en wat is het gewin ?
Is het liefde en hoop ?
Is het vraag naar de zin ?

Is het gave en gunst ?
Is het goed is het echt ?
Is het schoonheid en kunst ?
Is het rede en recht ?

Zonder geestkracht en geest
boekt de mensheid geen winst.
Blijft het minste het meest
en het meeste het minst.

Zeg me: wat is voor jou meest van waarde ?
Is er licht tussen hemel en aarde ?

Korte gedichten 17 – Wikken en wegen


Wikken en wegen.

Vrij ben ik-  en ik ben mondig.
Wie zegt mij wat fout is of zondig?
De oude sjablonen zijn langzaam versleten
maar denken dat bleef en dan leidde tot weten.
Dus zeg ik het vrijuit en bondig:
Vrij ben ik-  en ik ben mondig.

Vrij om te wikken en wegen.
Niet om de rede verlegen.
Meer dan als wat dan ook op deze aarde
is rede als van een onschatbare waarde.
Aldus zij gezegd en gezwegen
in vrijheid van wikken en wegen.

Korte gedichten 16 – En heel diep…


En heel diep…

De ledigheid kon niets beginnen
en kende noch buiten noch binnen.
Ook was er geen boven of onder
maar wel het uitzonderlijk wonder
van om er zichzelf te verzinnen.

En heel diep- vanuit het onzegbare niets
daar kwam plots een holbolle beer op een fiets
en die had er de tijd uitgevonden….
daar het lot van de mens aan verbonden…
en zodoende dan was er toch onverwacht iets.

En hij sprak tot de blinden en doven,
liet zich prijzen en laven en loven,
om alvast aan zijn hemel te wennen
en die hogere sfeer te herkennen
klom hij af en toe even naar boven.

Korte gedichten 15 – Weinig keus


Weinig keus.

Dit is wat mij hier overkomt.
Dit is waarom de aarde kromt.
Daarom ga ik soms als vermomd
tot een clowneske dwaas.

Ik loop dan door de tovertuin
als op een pad van stoffig puin.
Met ogen schichtig- scheef en schuin
als een verdwaalde haas.

Ik neem het leven serieus.
De levensweg hier door de tijd
kent vreugde en verdrietigheid.
Ik heb maar weinig keus.