Mien Dagbouk


Dit is t overzicht van mien dagbouk, hier kinnen ie alles even rusteg wieder lezen!

Uiteindelijk nabij

Dagbouk RSS

Mijn ouders bekeerden zich in 1936 tot de N.S.B. en maakten zich later zodoende  schuldig aan collaboratie. Najaar1944 leidde dat tot de uittocht van velen die zich aan verraad bezondigden.Vader werd een geweer in handen gedrukt om het fascisme te verdedigen. (Grootvader- moeder- broer Peter- zusje Erika en ik- namen de vlucht naar Duitsland om daar het einde af te wachten. Maart 1945 vond daar een  luchtaanval plaats vlak bij ons onderkomen. Mijn zusje wist de gevolgen niet te overleven en stierf na drie dagen. Nooit had ik enig idee waar haar stoffelijk overschot- en dat van meerdere slachtoffers ter aarde waren bezorgd. Alles om dit te achterhalen faalde tot mijn echtgenote op het idee kwam om de familienaam aan te passen aan een voor Duitsers begrijpelijke spelling. Van der Lijke werd daarom “van der Lyke” en dat zorgde op het scherm voor het verschijnen van een gedenksteen te Suhlendorf met daarop de namen van ter plekke omgekomen- of vermoorde dwangarbeiders. Geheel onderaan de naam van mijn op de leeftijd van drie jaren omgekomen zusje. Ik was mijn eerste levensjaar nog niet voorbij en heb daarom geen herinnering aan haar. “Uiteindelijk nabij”- is een korte omschrijving van haar lot zoals mij dat door mijn broer ter kennis kwam.

Uiteindelijk nabij.

Maart vijfenveertig viel het doek.                                               
Jouw leventje- een zucht.
Je raakte als voor altijd zoek.
Gestorven- op de vlucht.

Met niets meer dan een dennentak
ter afscheid op jouw kist.
En ik- die nog geen woordje sprak
en nergens nog van wist……

had nog geen weet van moord en brand
en van jouw laatste uur.
Zo bleef je achter in dat land
vol haat en hellevuur.

Als ik ooit wist hoe jij vertrok…
ik weet het nu niet meer.
Een dwangarbeider op de bok.
Daarnaast een oude heer.

’t Is niet dat het er iets toe doet
maar bij jouw laatste reis
droeg grootvader zijn hoge hoed
en oogde vaal en grijs…..

van pijn en wanhoop en verdriet
als niet te vatten groot.
Met niets dan zorg in het verschiet
en schaduw van de dood.

De aarde nam jou daarna op.
Je kreeg een sober kruis.
Klein kleutertje net uit de dop.
Oneindig ver van huis.

En wij vonden de laatste trein
terug naar eigen land.
Een tocht van zijn of niet meer zijn.
Een wedren langs de rand.

Jouw jonge leven was de prijs.
Een thuiskomst zonder jou.
Hoe velen werden wereldwijs
na onmacht en berouw?

Maar tijd- die al wat is verslindt…
verzachtte- maakte vrij….
en bracht ons dit verloren kind
uiteindelijk nabij.

Een avond in Uithuizen

Dagbouk RSS

Een avond in Uithuizen is een ode aan de liefde- maar tevens zo goed als de waarheid rond de wijze waarop Jantina en ik voor het eerst contact maakten.
Niets geen overdrijving. De waarheid rond wat ons overkwam bij die eerste toevallige kennismaking- en daarna- is weliswaar moeilijk onder woorden te brengen maar toch verklaar is hierbij naar eer en geweten een vers te hebben geschreven dat die waarheid tot zeker 99 procent benadert. Lees en huiver.  

Een avond in Uithuizen

Een Grand Café- een avond in Uithuizen.
Daar stonden zeven krukken aan de bar.
Op uitgesleten donkere plavuizen.
Daar was je dan- nog net geen twintig jaar.

Licht loensend door een grote bril.
Rondborstig- hartverscheurend pril.
Een beeld van schoonheid en van jeugd.
Van ondeugd hand in hand met deugd.
Met steil melkboerenhondenhaar.
Ik dacht direct: Had je me maar.
Omdat als jij mij hebben zou
dan omgerekend had ik jou.

Een Grand Café- een avond in Uithuizen.
Daar dacht ik: Toe dan Tarzan- grijp je kans!
en sleur die schoonheid over de plavuizen
al in een soortement van paringsdans.

Daar zat ik met m’n bal gehakt
als aan de tapkast vastgeplakt.
No net geen drieëndertig jaar
en toch al bijna middelbaar.
Zo kachel als een tierelier
van anderhalve meter bier.
Ik hoorde net nog wat je zei:
Hallo- is deze kruk nog vrij?

Een Grand Café- een avond in Uithuizen.
Jij zat me op te nemen van opzij
en schoof je kruk toen over de plavuizen
beetje bij beetje nog wat dichterbij.

Wel wonderlijk- want overvol
Van zelfverwijt en alcohol
zag ik er toen toch en profiel 
uit als een natte randdebiel.
Ik zei: Ik neem d’r nog maar een.
Jij vroeg: Je drinkt toch niet alleen?
Ik zei: O.K. dan ober…..twee
Toen dronk jij dapper met mij mee.

Een Grand Café- een avond in Uithuizen.
Jij steeg toen je de derde had gehad
vanaf je kruk tot boven de plavuizen
en zong: Ik heb je eeuwig lief mijn schat.

Je sloeg je armen uit en vloog
vlak langs de kroonluchter omhoog
en vanuit jouw decolleté
vlinderden briefjes naar benee.
Daar stond: Ik wil geen bruidsboeket
maar een gebeeldhouwd hemelbed.
Rode gordijnen van velours
en elke nacht plaisir d’amour.

Een Grand café- een avond in Uithuizen.
Een zinvol einde van een mooi begin.
We dansten samen over de plavuizen
de deur uit en het lieve leven in.

Hoe vaak liepen wij hand in hand
wel langs de branding op het strand.
De vloed- perpetuum mobile
nam elke afdruk met zich mee.
Dat tij- zo sterk en watervlug
gaf ons er schelpen voor terug.
’t Is goed- nog steeds voor jou en mij
zo op en neer als met dit tij.   

Een Grand Café- een avond in Uithuizen.
Daar stonden zeven krukken aan de bar.
Op uitgesleten donkere plavuizen.
Daar was je dan- nog net geen twintig jaar.





Lief kind

Dagbouk RSS

Onze jongste dochter is voor het eerst zwanger. Wat zeg ik? Zij heeft nog hooguit drie weken te gaan!                                                  
Drieëndertig is zij nu en nog maar krap zestien was zij toen ik onderstaand gedicht schreef. Ze puberde toen nog kranig zodat ik het haar nooit heb laten lezen maar nu gebeurt dat dan alsnog. Nog net voordat ons zevende kleinkind het licht zal zien!
 
Lief kind.

Lief kind ik doe mijn best jou niet de les te lezen.
Wil van ons beiden niet per se de wijste wezen.
want zo geweldig lees ik niet.
Mijn wijsheid ging al vaak failliet.
De wereld is er nooit een pietsie van genezen.

Je hebt in elk geval iets van mij in je genen.
Dus mag je best zo af en toe een mening lenen.
Maar als dat jou misschien niet past
dan is zo’n mening maar een last.
Wees dan niet bang voor vaders kromme- lange tenen.

Ik wil je helpen om je richting te bepalen
maar kan niet zorgen dat je nooit eens zult verdwalen.
Het is niet alles wat ik zeg.
Dus zoek gewoon je eigen weg
en als je faalt zal ik dat niet op jou verhalen.

Ik kan je denk ik boekenkasten vol vertellen
in antwoord op de vragen die je nog zult stellen.
Ik zie het een en ander in.
Misschien kom ik nog aan de zin
want dat je daar toch ooit naar vraagt is te voorspellen.

Maar ik weet niet of wie dan ooit wel echt kan weten
waar je de zin van het bestaan aan af kunt meten.
Toch was ik vroeger heel beslist.
Ik heb me kennelijk vergist
en wat ik zeker wist- ben ik al weer vergeten.

Je bent zo vrolijk en zo blij- het is bijzonder
dat jij een dochter bent van deze hypochonder.
Als je geen zin hebt- luister niet.
Dit is per slot een herfstig lied
en jij lief kind bent als een stralend lentewonder.

Oma Frederika

Dagbouk RSS

Johanna Frederika van der Lijke Prins.

Het is inmiddels april 2021 en zestig jaren geleden dat ik als zeventienjarige lichtmatroos op de coaster Capri ergens in Zweden- tussen Kramvors en Lulea te horen kreeg dat de moeder van mijn vader was overleden.
Oma Johanna had het gebracht tot de leeftijd van negenentachtig
jaren. Voor mij was- en is zij een liefdevol baken. Van vlak tot mijn derde tot halfweg voorbij mijn zesde levensjaar groeide ik op in haar gastvrije huis aan de Javalaan 2 te Apeldoorn .

Oma Frederika.

Oma ’s mooie kamer blonk van koper en kristal
en er lag een donkerrode loper in de hal.
Een kelder met plavuizen
en een zolder voor de muizen
en ik weet niet hoeveel koffers al met al.

Want daar stond wat zij bewaard had
en haar leven lang vergaard had.
Kisten vol herinneringen.
Allerhande dolle dingen
en zo kreeg ik langzaam weet
van een tijd vol lief en leed
waarin nog hier en daar een postkoets reed.

Daar stond nog opa’s wandelstok.
Daar hing nog opa’s wapenrok
want in die lang vervlogen tijd
zocht grootvader zijn zaligheid
tot aan de rang van kapitein
in dienst van Hare majesteit.
Precies zoals een kapitein moest zijn.

Ik hoefde me niet te vervelen.
Als ik buiten niet kon spelen
had ze boeken vol met plaatjes
en een doos tinnen soldaatjes.
Werd de kamer tegelijk
speelplaats en een wereldrijk
en altijd was er wel die schaal met chocolaatjes.

Ja ze was vaak veel te goed
vol geduld hield ze me zoet.
Maar het was toch ook wel fijn
dat ik bijna alles mocht.
Soms doet het me nog wel pijn
maar het heeft zo moeten zijn
dat ik de speeldoos die ik erfde heb verkocht.

En haar oude lapjeskat
had ze altijd al gehad.
Want die was een jaar of elf.
Dat was ouder dan ik zelf.
Oma -vroeg ik op haar schoot-
Oma wanneer ga je dood.
Ben ik dan misschien een beetje groot.

En al kon ze soms vergeten
of in eensklaps niet meer weten
waar ze iets had neergelegd….
het kwam altijd weer terecht.
En ze schonk de dominee
kokend water zonder thee
en ze wist niet wat ze net nog had gezegd.

En zo heeft ze bij haar leven
van een redelijk pensioen
meestal heel wat weggegeven
want ze was in goeden doen.
En zo leefde ze tevreden
meestentijds in het verleden
in haar goede- oude- jonge tijd van toen.

Oma- je was wijs en waardig
ook al heb je mij verwend.
Je was bovenal rechtvaardig.
Ja zo heb ik jou gekend.
Je was vroom en zeer rechtschapen
en zo ben je ook ontslapen.
Ik weet zeker dat je in de hemel bent.

……………….

Ziezo…het is volbracht

Dagbouk RSS

Lang geleden lijkt het me dat ik onze eerste dochter- (Vita) – eenmaal in de week naar de peuterspeelzaal in Veelerveen bracht. De tweede keer in diezelfde week was dan voor Tinie want wij deelden de plichtplegingen zoveel als mogelijk.
Het duurde dan even voordat ik echt bij de les was maar altijd werd ik door de juffen Roelie en Helga opgewacht met begrip en verse koffie en dat bracht mij dan snel tot leven.

Ziezo……het is volbracht.

De dagenraad sluipt binnen.
Als altijd door het raam.
De dag kan weer beginnen
en maandag is de naam.

Ik voel me nog onmachtig.
’t Was gisteren weer feest.
Al vaker ben ik ’s morgens
wel tachtig jaar geweest.

“Hallo” klinkt het dan vrolijk
en blij en enthousiast.
Ik ben wat nat- een beetje.
Ik heb in bed geplast.

Ik mompel en ik grom wat.
Onduidelijk gebrom…
en doe mijn best te zeggen:
“Dat geeft niet schat- ik kom.”

Dan strijk ik door mijn haren
en wrijf mijn stoppelkin. 
Stijg kreunend uit de veren…
geen tijd voor tegenzin.

Ik breng haar de douche toe.
De gang voelt klam en kil.
Een uitgebluste Goeroe…
een kind vol blije wil.

Ze spettert- staat te zingen.
Ik wijd me aan de thee.
De radio braakt nonsens.
Het leven valt niet mee!

De ketel staat te gillen.
De kat miauwt en klaagt.
Dat zou ik ook wel willen.
Ik voel me zwaar belaagd.

Hoe krijg ik met die herrie
mijn zinnen op een rij?
Ik graaf wat in de kasten
op zoek naar haar kledij….

en hoor een stem- mijn eega.
Zij ligt nog wel te bed….
maar toch- in dit soort zaken
is moeders wil wel wet.

Advies over een hesje
dat overal bij past.
Ja zelfs vanuit haar sponde
verschaft ze mij houvast.

Warm- voor de kachel wrijf ik
haar blote lijfje droog.
Ik pak een hemdje- zij houdt
haar armpjes al omhoog.

Nee niet binnenstebuiten.
Nee pap- dat is niet goed.
Dat moet binnenste-binnen.
Dat moet zoals het moet.

En ondertussen ben ik
haar linker schoentje kwijt.
Komaan zeg ik….ontbijten!
Het is de hoogste tijd.

Ze eet twee boterhammen
met kaas en appelstroop.
Ze zegt: “Ik wil geen boter!”
Dan niet- dat is goedkoop!

“Naar schooltje,” zeg ik…”Kom dan!”
“Je jas- je das- je tas!”
Maar als ze aangekleed staat
dan moet ze nog een plas.

Daar gaan we door de regen
en door de westenwind.
Een slaperige vader.
Een opgetogen kind.

Ze tatert over Wiebe en
snatert over Kim.
Ik trap op de pedalen
en ben nog steeds een schim.

“Zal ik jou duwen papa?”
Ze port me in mijn rug.
“Ik zeg: Ja toe maar lieverd!”
”Dan gaat het wel zo vlug.”

En kijk- daar is de speelzaal.
Juf Helga zegt ons dag.
Juf Roelie schenkt me koffie.
Weg is mijn zelfbeklag.

Ik blijf nog even zitten.
Kijk naar die meid van mij.
Ze kan zich goed vermaken
met spelletjes en klei.

Net zat ze hier nog naast me.
Nu wipt ze van haar stoel…
en stort zich op de glijbaan…
gaat op in het gewoel.

En als zij als ik weg ga
nog even naar me lacht
dan roep ik bij mijn thuiskomst:
“Ziezo- het is volbracht!”

Ik heb je lief

Dagbouk RSS

Ik heb je lief- heb je lief als het leven.

Schoon is jouw ziel- ongewassen de mijne.
Iedereen heeft zo de hare- de zijne
en ik heb een knorrende- porrende- morrende
ziel.
Jouw hart is groot- het is groter dan groter.
Groter dan grootst- en de liefde devoter.
Was jij een struisvogel- was ik niet meer
dan een kriel.

Was ik nog kleiner dan zou jij misschien
mij helemaal niet of nauwelijks zien.
Dus ben ik blij dat ik ben die ik ben.
Daardoor ken ik jou zoals ik je ken.

Ruim is jouw geest en het is er ook warmer.
Soms wat naïever maar zeker niet armer.
Jouw geest is liever dan die van mij ooit is
geweest.
Groot is de liefde die spreekt uit jouw ogen.
Grijsblauwe spiegels die heel wat gedogen
van om het even wie- maar nog van mij wel
het meest.

Ik ben wat ouder en kouder mijn lief.
Soms is jouw warmte mijn enig gerief.
Jij bent wat beter- completer als mens
en hebt van alles iets wat ik mij wens.

Ooit heb je mij toen van zolder gehaald.
Ik stond als verweesd en een beetje verdwaald
met stof in mijn navel en spinrag tot onder mijn kin.
Jij hebt me zevenmaal omme gedraaid
en heel kordaat met een stofdoek gezwaaid
en God zij dank zag je er kennelijk toch nog wat in.

Vind je dit allemaal wat overdreven?
Stil toch maar- wacht toch maar- luister nog even.
Ik heb dit vers enkel voor jou geschreven
en heb jou lief- heb je lief als het leven.

In de Himalaya

Dagbouk RSS

Er is geen onontkoombaar lot
er is geen vagevuur- geen hel.
Er is geen Satan- geen complot.
Neutronenbommen zijn er wel
en er zijn kernraketten- en er zijn
granaten
en er zijn mensen die het aan een
ander overlaten.

Bang- banger en bangst?
Kies liever voor leven van nemen en geven en
niet voor een plaats op de schaal van de angst.

…………………

In de Himalaya

In de Himalaya staat een prachtig weerstation.
Zeer geleerde heren onderzoeken daar de zon.
’t Is niet te geloven maar ze zeggen dat die ooit
langzaamaan zal doven dus je weet het toch
maar nooit.
Hopelijk wordt spoedig iedereen koudbloedig.
Dan is dat gemis aan zon geen wezenlijk verlies.
En tot zolang schik je- en tot zolang slik je
dagelijks een huishoudlepeltje met antivries.

In de Himalaya staat een grote telescoop
al een jaar te staren naar een verre sterrenhoop..
’t Is om te ontdekken wie met meteoren strooit.
’t Zal misschien wel lukken want je weet het toch
maar nooit.
Als het overwegend meteoren regent geeft dat
hier en daar wat schade en wat ongemak.
Als het gaat beginnen ben je veilig binnen
met een stevig trampolientje boven op het dak.

In de Himalaya staat een ladder naar de maan.
Da’s voor als de wereld onder water komt te staan.
’t Zal niet gauw gebeuren maar je weet het toch
maar nooit.
Wetenschappers zeggen dat het aan de polen dooit.
Weet je als dat waar is- dat er geen gevaar is
mits op die ontwikkeling alert wordt ingehaakt.
Het is technisch haalbaar- zondermeer betaalbaar
dat voor iedereen een waterfietsje wordt gemaakt.

In de Himalaya op de allerhoogste top- staat een
groot gebodsbord met alleen het opschrift: Stop!
’t Is om te voorkomen dat met bommen wordt gestrooid.
’t Zal wellicht niet helpen want die borden helpen nooit.
Als ze zijn begonnen met hun megatonnen
zitten wij hier met ons allen danig in het slop.
Waag U niet naar buiten- zelfs niet voor de ruiten.
Steek voor alle zekerheid een parapluutje op.

Al wat er toe doet

Dagbouk RSS

Al wat er toe doet                                   
……………………………………………….
Zo lang als het woord zich kan heugen
zo lang voegt het zich in de rij
en kiest het voor waarheid of leugen.
Dat gaat op en neer met het tij.
……………………………………………….
Leugen verlaag mij niet.
Leugen behaag mij niet.
Maak dat ik jou niet uit luiheid verdraag.

Waarheid verstoor mij dan
luister- verhoor mij dan.
Maak dat ik iedere dag naar jou vraag.

Leugen besmet mij niet.
Leugen belet mij niet
dat ik mij enkel aan waarheden waag.

Waarheid bevraag mij dan.
Vraag uit en daag mij dan.
Doe mij de feiten en geef mij de laag.
…………………………………………..
Het woord vond de wil te ontwaken
en zocht naar een lenige tong.
Zo werd ooit het woord tot een baken…
een lied van verlangen dat zong.
……………………………………………..
Leugen verleidt mij niet
kwijt of bevrijdt mij niet
van wat me voorkomt als simpele plicht.

Waarheid verlicht mij dan.
Laat mij doen wat ik kan.
Wijd open ogen die vangen het licht.

Leugen laat af van mij.
Laat mijn geweten vrij.
Ruim genoeg woorden aan leugens verkwist.

Waarheid geloof in mij
de filosoof in mij
wil dat de waarheid geen tel wordt gewist.
……………………………………………………..
En laat mij de woorden dan rijgen
tot ketting van bitter en zoet.
Van horen- van zien en van zwijgen
maar zeggen: Al wat er toe doet.

Gaat vare Jan

Dagbouk RSS

1981- Jantina en ik lagen met ons Mini-
miniwoonbootje aan de Oosterhamrikkade en
kregen op een dag der dagen bezoek van twee
pubers op een aftands brommertje. Die knapen
kwamen helemaal van Delfzijl alwaar zij zich op
de plaatselijke zeevaartschool lieten kneden
tot stoere zeevaarders van de vrije- en de wilde vaart.
De gene achterop- bleek zowaar mijn neef Jan te zijn.
Wat we bespraken weet ik niet meer. Wel weet ik dat
het mij ook al weer lang geleden bewoog om wat
herinneringen aan die frivole tijd te deponeren
op onschuldig en smetvrij papier. Helaas niet in het
Gronings dat ik toen nog niet beheerste- maar wel in
sappig en onbehouwen Hollands bargoens. Zowel op
de Caprie als op de Setas was dat de ware tongval en
ook daar heb ik van genoten.
Jan jongen- je wou wel varen– maar het is er
uiteindelijk niet van gekomen maar als troost
voor jou is hier mijn lied.
 
Gaat vare Jan

Gaat vare Jan- ga jij nou maar ’s vare.
Laat al die lui maar stiekem lope mare.
Jij hoort daar doodgewoon nie bij
want jij wil vrij zijn- wees zo vrij
en hou die ongekamde wilde hare.

Gaat vare Jan– ga jij nou maar ’s vare.        
Laat al die lui maar stiekem lope mare.
Stuur maar een kaartje naar die oom
die niet is ingeslape
en niet bij elke jongensdroom
wijsgerig zit te gape.

Gaat varen Jan- ga jij maar lekker vare.
Wat mijn betreft kom nooit niet tot bedare.
Want van bedare ga je dood.
Beland je op een rondvaartboot.
Zit je weer tussen al die halve gare.

Gaat varen Jan – ga jij maar lekker vare.
Wat mij betreft kom nooit niet tot bedare
Bevaar de grote zoute plas.
Bevaar de zeve zeeje.
Ik weet verdomd nog hoe het was
al is het lang geleeje.

Gaat vare Jan – wanneer ga je nou vare?
Kies jij maar voor de eindeloze bare
en niet voor asfalt en beton
maar voor de wind – het zout – de zon
en meer van wat je zo niet ken verklare.

Gaat varen Jan – wanneer ga je nou vare?
Kies jij maar voor die eindeloze bare.
Kom tussendoor nog maar es an
wanneer je loopt te dwale.
Ik luister en ik ben je man
voor sappige verhale.

Gaat vare Jan – Jij gaat maar effe vare.
Gaat vare en verlicht je jonge jare.
Weg van dit zwaar bedijkte land
en al die zware zakke zand.
Hier wordt een vent maar zwaar van de
bezware.

Gaat vare Jan – jij gaat maar effe vare.
Gaat vare en verlicht je jonge jare.
De tijd staat geen seconde stil.
Ik zou nou maar ’s renne.
Ga jij maar vare as je wil
en leer je eige kenne.

Gaat vare Jan- wanneer ga je nou vare?
Kies jij maar voor die eindeloze bare.
En niet voor asfalt en beton
maar voor de wind- het zout- de zon
en meer van wat je zo niet ken verklare

Gaat vare Jan – ga jij maar effe vare.
gaat vare en verlicht je jonge jare.
Weg van dit zwaar bedijkte land
en al die zware zakken zand.
Hier wordt een vent maar zwaar va de
bezware.
Ga vare Jan- wanneer ga je nou vare?

Proost alsnog!        

Voor Jantina Helena…

Dagbouk RSS

Ben je als de lente- dan ben ik een jonge boom.
Ben je als een bootje- ben ik als de overtoom.
Ben je als sneeuwwitje- dan ben ik als zeven dwergen.
Ben je als een helder beekje – ben ik als de bergen.

Ben je als een liedje- ben ik als jouw troubadour.
Ben je als een walsje- ben ik als de houten vloer.
Ben je als de maan- dan ben je mooi maar wel wat ver.
Ben je als de sterren- ben je stralend her en der.

Ben je als de zonnewarmte- waar ik zo van hou…
Ben je als de zomer – dan verjaag je al m’n kou.
Ben je als een eendje – dan ben ik het eendenkroos.
Ben je als een dekseltje – dan ben ik als een doos

Ben je als een wolkje – dan kleur ik de randjes goud.
Ben je heel erg jong – dan ben ik soms een beetje oud.
Ben je als oktober- kleur ik voor jou in de tuin.
Treur ik voor je in de kleuren tussen geel en bruin.

Ben je als een torentje – dan ben ik als de haan.
Ben je als een vijvertje – ben ik een witte zwaan.
Ben je als een spelletje – dan ben ik als een kind.
Ben je als een wimpeltje – dan ben ik als de wind.
                            ……….
Ben je als het zachte zand – dan ben ik als de vloed.
Ben je als zoals je bent – dan ben je altijd goed.