Archief veur november, 2021

Eeuwig één en al


Eeuwig één en al.

Stond een wit- ivoren toren
midden in een leeg heelal.
Daar werd het idee geboren
voor het eeuwig één en al.
Voor de eerste zonnestralen.
Voor wat nog niet was bedacht.
Voor metalen- mineralen
sterrenstof en zwaartekracht.

Stond een wit-ivoren toren
als in lichtelijk verval
en de tijd lag als bevroren
wachtend op het hoorngeschal.
Wachtend op het wijde water
en de allereerste schouw
en de lichtjes even later
vonkend op de morgendauw.
…………

Stond een wit- ivoren toren
midden in een leeg heelal.
Daar werd het idee geboren
voor het eeuwig één en al.

Wie van het leven houdt…


Wie van het leven houdt…

Michiel is zeer bezorgd- om niet te zeggen ongerust
en ook is hij belerend en een tikje arrogant.
Michiel is lid van Greenpeace- rookt niet en is zeer bewust
frequent bezoeker van een vegetarisch restaurant.
Michiel verweert zich tegen een verrotte maatschappij
en heeft zo voor of tegen heel wat al gedemonstreerd.
Is ergens iets te doen dan is Michiel er meestal bij.
Veel zogeheten vaderlanders vinden dat verkeerd.

’t Is niet de moeite waard!
Het loopt nog niet zo’n vaart!
Michiel is een mislukte activist!
Wat wel wat zorgen baart
dat is Michiel zijn aard!
Zo’n jongen is een pure pessimist!
……………………………………..

Johannes kreeg de balen van zijn huwelijkse staat.
Was eigenlijk al jaren op zijn baantje uitgekakt.
Toen heeft hij op een doordeweekse avond nogal laat
spontaan zijn koffers en de allerlaatste trein gepakt.
Johannes had daarna een tijdlang nog een rot gevoel.
Zijn schuld zat hem niet lekker en om haar had hij verdriet.
Het viel niet mee om af te reizen zonder levensdoel.
Maar spijt dat hij gegaan is heeft hij tot op heden niet.

Johannes wordt veracht.
Met woorden afgevlagd.
Er wordt het een en ander opgedist.
Men had het wel verwacht.
Men had het wel gedacht.
En wie wil blijven leven is gewoon een egoïst.
………………………………………..

Wil Willemse stond ingeschreven bij de woningbouw.
Hij huurde lang een kamertje zo groot als een toilet.
En als Wil Willemse nou iets bijzonders wou….
maar Wil wou best van alles maar alleen niet in een flat.
Het huren van zoiets als een toilet was vrij goedkoop.
Wat dat betreft had Willemse het helemaal gemaakt.
Toen heeft hij met zijn maatjes laatst een pandje voor de sloop
van onder en van boven- inclusief toilet gekraakt.
 
Nu moet de speculant
met hulp van hogerhand
voorkomen dat hij naast het potje pist.
M.E. bestormt het pand
en Wil komt in de krant
want wie wil wonen is een anarchist.
………………………………………..

De Padre de Madonna en Honduras zijn hem lief.
Jose Hernandes leven staat of valt met het gewas.
Daarbij is hij nog stichter van een landbouwcollectief.
Dat zit ze niet zo lekker in een land als Honduras.
Voor wie zij recht doet gelden voor een plakje van de koek..
voor iemand als Jose bijvoorbeeld- zijn methoden voor.
Die zit binnen de kortste keren in zijn onderbroek
gemarteld bij te komen van zijn zoveelste verhoor.

Men vindt dat wie niets heeft
en van een aalmoes leeft
maar beter niet kan weten wat hij mist.
Wie moeilijkheden geeft
dat is die naar iets streeft.
Al heel snel heet zo iemand- communist.
……………………………………………………..

Mohammeds vader- vier maal daags verzonken in gebed.
Bezitter van een hutje in een meer dan schamel oord
dat wereldwijd bekendstaat als het plaatsje Nazareth…
Daar werd Mohammed’s vader op een kwade dag vermoord.
To be or not to be – dat heet te zij of niet te zijn.
en voor Mohammed is de question- oftewel de vraag….
Wat moet een aan de dood ontkomen jonge Palestijn
nog tegenover de voldongen feiten van vandaag?

Mohammed zoekt zijn recht.
Dat recht wordt hem ontzegt.
Het recht zijn recht te zoeken wordt betwist.
Zodat Mohammed vecht
en dat wordt uitgelegd
als dat hij niets is dan een terrorist.
 …………………………………………………….

Wanneer je hoe dan ook wat in de paden bent verdwaald
dan draaien alle bordjes richting enge bomen bos.
De goegemeente gooit je reputatie op de vaalt
en laat zijn kwaaie pummels en zijn lummels op je los.
Wanneer je niet steeds mee wilt doen en daarom dan maar kapt
dan wordt je snel geweerd en op je zere ziel getrapt. 
En gaat het met van alles en van nog wat weer verkeerd…
wordt alles wat kapot is wel op jou geprojecteerd .

Al wordt je zo niet oud.
Al maken ze je koud.
Het leven is voor wie er iets probeert.
Wie van het leven houdt
gaat wel eens in de fout
maar leeft in plaats van dat hij vegeteert.

Halleluja jutte peren!


Halleluja – Jutte peren!

Niet zo staren- niet zo dringen!
Zal ik U een liedje zingen?
Laat me dan maar fluks passeren!
Halleluja jutte peren!

Tot vandaag ben ik ontkomen.
Zelfs aan heksen- trollen- gnomen
saters paters en demonen.
Aan mormonen autochtonen.
Aan de duizend smakenmakers.
en een uitgang vol bewakers.
Vrije Friezen en Creolen
laat mij gaan om rond te dolen! 
Ver van huis en ongeschoren.
‘k Heb het vaderland verloren
maar laat af mij na te wijzen.
Ik vertoefde in paleizen.
Was gezien aan al die hoven
waaraan niemand durft geloven.
Wil geen tijd aan mij verkwisten.
Ik behoor tot de vermisten.
In Melancholia  wonen
meer van die verloren zonen.
Land van Grote Wijze Geren.
Halleluja jutte peren!

God is groot en goedertieren.
Laat mij- brave Batavieren!
Niet zo duwen- niet zo stompen.
Kalm toch met uw grote klompen.
Ik weerstond al hele legers
krenten en rozijnenwegers.
en verdronk de watergeuzen
en geloof niet meer in leuzen.
Al mijn wegen zijn wat vluchtig
maar ik ben niet zo zelfzuchtig
dat ik U nog wil bekeren.
Halleluja jutte peren!

Laat mij gaan om klap te lopen.
Ik heb lang genoeg gekropen.
Ga met God- Kaninefaten   
en wil mij met vrede laten.
Pas wel op uw ellenbogen.
Denk ook om mijn eksterogen.
Kan in U misschien behagen
door een rijmpje voor te dragen
van een land vol holle vaten…
automaten- bureaucraten?
Vele van mijn soortgenoten
zijn daarginder opgesloten
platgespoten- of verlangen
zich in stilte te verhangen.
Welaan- waarde vaderlanders
ik begeer toch wel wat anders
maar ik zal U niet beleren.
Halleluja jutte peren!

Ik heb vele zoete zonden
aan den lijve ondervonden
en ben moe tot in mijn knoken
maar mijn wil is ongebroken.
Dus ik dank U- Saksen- Franken!
Dank U- mag ik U bedanken?
Ik ben tamelijk tevreden
met mijn eigen losse zeden.
Wees gegroet en doe de groeten
aan uw navel- aan uw sproeten
dan volg ik getrouw mijn roede.
’t Wordt mij hier weer zwaar te moede.
Halleluja jutte peren!

Ode aan mijn lief (1 en 2)


Ode aan mijn lief. (1)         

Ik mag dagen lang verdwalen.
Ik mag stijgen en weer dalen
en ik mag van jou ook malen       
als de wieken in de wind.                

En je zegt me zonder dralen
al mijn fouten en mijn falen
maar zegt ook in alle talen       
dat je me bemint.         

Als we ergens blijven steken
en we zouden moeten breken
is dat liefste nog geen teken       
dat ik niet meer van je hou.

Als het voorjaar is geweken
en de zomer is verstreken
zal ik niet zijn uitgekeken
op de liefde en op jou.      

Ode aan mijn lief (2)

Daarginder in het donkerblauw
heeft er de dag zich al gemeld.
Allang is dat moment voorspeld.
Ik droom nog steeds van jou.

Het gras is nat en zwaar van dauw.
De morgenster is al vervaagd.
De neveldekens zijn verjaagd.
Ik droom nog steeds van jou.

Dan kom jij wondermooie vrouw
en geeft mijn nieuwe dag een naam
en laat hem binnen door het raam.
Ik droom nog steeds van jou.

Je weet hoeveel ik van je hou.
Daar is geen twijfel- is geen vraag.
Toch is het al weer meer vandaag.
Ik droom nog steeds van jou.

Zelfs als de zon niet komen zou….
de reis naar ’t westen niet aanvaardt
dan blijf je in mijn droom bewaard
en droom ik nog van jou.