Vijf Stadia

Dagbouk RSS

1
Op het plein staat de duvel te wuiven
en zijn satertjes lopen te gnuiven.
Want hij ruilt daar de vrede voor bruutheid en kracht
en het recht en de rede voor misbruik van macht
en hij gooit er met stront naar de duiven.
Op het plein staat de duvel te wuiven.
2   
Op de hoek staat de duvel te poken
en vertelt hoe je vuurtje kunt stoken.
Tja- de wet blijft natuurlijk nog even de wet
en de mazen bepalen voorlopig het net.
Maar toch zie ik het hier en daar roken.
Op het plein staat de duvel te poken.
3   
Aan mijn deur staat de duvel te rellen.
en alvast zijn succes te voorspellen
En dat hij van plan is de dames en heren
voorgoed te bekeren tot apen en beren.
Dat het tijd wordt om koppen te snellen.
Aan mijn deur staat de duvel te rellen.
4    
Op mijn stoel zit de duvel te meuren.
Met mijn zalige whisky te leuren.
En al zijn prolurken die slijpen de messen
en schijten de pot vol- ontkurken mijn flessen
en doen er mijn vaandels besmeuren
In mijn stoel zit de duvel te meuren.
5   
Op mij graf staat de duvel te dansen
en hij pist op mijn bloemen en kransen.
Dan schrijft hij zijn tekst op een maagdelijk lint.
Hier rust mijn armzalige- talige vrind.
Hij verspeelde- verprutste  zijn kansen.

Op mijn graf staat de duvel te dansen.
 

Oorverdovend stil

Dagbouk RSS

Oorverdovend stil

Ik vroeg het hemels firmament:
Hoe eenzaam is wel eenzaamheid?
Is het die afstand zonder end?
Die trage rondgang door de tijd?

Ik vroeg de goudgeel volle maan:
Wat is zoiets al een gemis?
En aan de stille oceaan
vroeg ik of zij ook eenzaam is.

Ik vroeg woestijnen naar het leven
dat verschrompeld is of kwijt.
Ik vroeg de bergen naar de echo
van de allereeuwigheid.

Gewoon omdat ik dat nou eenmaal
tweemaal weten wil.
Maar ik vond er enkel stilte.
Het bleef oorverdovend stil.
…………………………..

Ik vroeg van hier tot aan de kim:
Is dit mijn lied- mijn zwanenzang?
Ben ik die vage trage schim
in schemering- voor ondergang?

Ik vroeg het aan de evenaar:
Gaat eenzaamheid gepaard met spijt
van een al weer vergleden jaar
en iets dat pijn doet- en niet slijt?

Ik vroeg de waterval waarheen zij
hotst en botst en roetsjt en ruist.
Naar wie zij helemaal alleen
de treden van de trap af bruist.

Gewoon omdat ik dat nou eenmaal
tweemaal- weten wil.
Maar ik vond er enkel stilte.
Het bleef oorverdovend stil.
………………………………..

Ik vroeg: Heb ik het goed gehoord
Dat eenzaamheid zichzelf verzwijgt?
Dat er geen letter van dat woord
die stille zwaartekracht ontstijgt?

Ik had ervaren dat de jaren
op en neer gaan met het tij
met alle mitsen- alle maren
en de eenzaamheid daarbij.

Ik vroeg de redeloze branding
wat zij kwijt wou aan het strand
behalve schelpjes en besmeurde
vogelveren op het zand.

Gewoon- omdat ik dat nou eenmaal
tweemaal weten wil.
Maar ik hoorde enkel stilte.
Het bleef oorverdovend stil.
…………………………………

Ik stond al liftend langs een weg
met snelverkeer zonder pardon.
Beetje geluk soms- ook wat pech
op reis naar verre horizon.
Liefst ruim voorbij de schone schijn
en voelde mij niet eerder vrij
dan sinds wij samen tweezaam zijn.
Aan al die eenzaamheid voorbij.

Bloemetjes en bijtjes

Dagbouk RSS

In de zeven jaren voorafgaande aan
mijn pensionering- had ik het
genoegen- te mogen functioneren als
conciërge aan een schooltje voor zeer
moeilijk lerende kinderen in de
leeftijd van zes tot  achttien jaar
waarvan een klein  aantal met het
syndroom van down.
Niet eerder in mijn woelige carrière
had ik tot dan- een zinvoller en
dankbaarder werkplek mogen invullen.

Niet al de kinderen waar het in dit
verhaal om gaat woonden nog thuis
maar groeiden op in een instelling.
Van een wat oudere collega die daar
ooit had gewerkt kreeg ik zicht op wat
zich zoal kan voordoen bij deze kinderen
ten tijde van hun rijpende seksualiteit.    

Magische paal                          

Wie zal mij bestrijden?
De liefde doet lijden. (soms)
Liefde doet echt wel eens pijn!
Dus wie naar behoeven
van liefde wil proeven
kan beter goed voorgelicht zijn.

Want spel zonder normen
leidt meestal tot vormen
van onverantwoord’lijk gedrag.
Weet u te bezinnen
aleer te beginnen
op wat er niet kan of niet mag.

De liefde is zuiver
dus luister en huiver
van heel dit bloedstollend verhaal
Van twee zwak begaafden
aan liefde verslaafden.
ter lering van ons allemaal

Zij hadden getweeën
al heel wat ideeën.
Verlangden in feite allang
elkaar te beminnen.
Hij wilde naar binnen
met welhaast onstuitbare drang.

Die dringende tijding
bereikte de leiding.
Men stelde een condoom verplicht.
Eerst nauwgezet leren
hoe dit te hanteren
alvorens de daad word verricht.

Dus kijk eens hoe handig
bijzonder verstandig!
Een bezem als oefenobject.
Mijn hemel wat sexy
zo’n houten erectie
zoiets werkt natuurlijk perfect.

Zo kon dan dat paar
zonder enig bezwaar
Na de voorlichting vrijwel direct
frank en vrij door de bocht
en het feit dat dit mocht
had een sterk stimulerend effect

Het was goed- het was fijn
een meeslepend festijn.
Schoon aanvankelijk nog wat bedeesd.
Nog een weinig beklemd.
Nog een weinig geremd
maar al doende een indringend feest .

En blijmoedig gestemd
zonder broek- zonder hemd
zonder schuld zonder angst zonder schroom.
volgden zij hun natuur.
Twee geliefden zo puur
zonder schaamte en zonder condoom.

Want die zat op die stok
als een rubberen sok
als een teken- een baken in zee.
Een erotisch signaal
op een magische paal
en beschermde- behoedde die twee.



Bij wijze van verveling

Dagbouk RSS

Wij wonen bij drie berken.
Drieberken is de naam.
Zoiets als Lekkerkerken

met regen op het raam.
Wij hoeven niet te werken
want wij zijn onbekwaam.
’t Is buiten alle perken
maar niet dat ik mij schaam
want niemand zal het merken
en wij zijn altijd saam.
Geloof- dat zal ons sterken
want wij zijn polygaam.
Geheel buiten de kerken
en vrij van de Islaam
en alle vleermuisvlerken

Van heel die poppenkraam.
De groeten aan de klerken
van grote naam en faam
de zwakkeren en sterken
Bekwaam en onbekwaam


Twievel

Dagbouk RSS

Twievel-1JPG

Afbeelding 1 van 1

Zo hait dizze körde vertelster…
Dizze vertelster is mien vrije bewaarken van n fragment oet n Amerikoanse fulm genoamd: “Doubt” oftewel “Twievel” mit in de hoofdrol n bekende actrice: Meryl Streep.
Ien dij fulm komt n kureg bedocht vertelster veurbie van n Ierse poater dij op n dag verrast wordt deur n beliedenis oet de mond van n veurnoame beminde geleuvege. n Vraauw dij bekend staait om woarhaid en kloarhaid van woorden.

Moar toch… zai bekent heur biechtvoader n riege verdachtmoakens en haalve woarheden enkeld omreden van ofgunsteghaid en zucht noar sensoatsie.
Tuzzen deur heur bekentenizzen bennen geringschattende geluden te heuren en onbezörgde luchteghaid dij dudelk moaken dat dij doame de gevolgen van van heur radde en smuie tong nait recht ienschatten dut.

Heur biechtvoader belast heur doarom mit n biezundere opdracht.
Hai bestelt heur: Ie zellen joe bie mie melden op n dag dat n roege westenwiend de weerhoan op toren taaistert.
Nait mit lege handen mor mit n kuzzensloop stoef vol mit pluusters van ganzeveren.

Verwonderd en nait haildaal gerust, gaait zai noar hoes.
Wat hai heur opdroagen het! Wat ja vrumd! Wat onnuur vuilt dat!
Is’t heur biechtvoader deursloagen? Wat het hai wel ommaans? Wat het hai wel ien’t zin?
Laang huift zai nait wachten. Tied dat ’t zo wied is komt rad op klender en as op n dag n beulende westenwind de weerhoan op toren krazzen en kraaien lat – meldt zai zok.

Ien ’t spoor van heur biechtvoader beklimt zai dij honderd kloagelk kroakende treden.
Ainmoal haildal boven opent heur biechtvoader n klain venster dat zicht geft op stroaten, hoezen en velden doar wied onder heur.
Wiend hoelt en jouwstert om toren en ien twij-drij tellen is’t krekt of aal’t stof wat zok ien joaren verzoameld het ien ain roam noar boeten vlaigen wil.

Dou mie joen kuzzensloop, zegt hai, en zien woorden klinken kört en stoens.
Geheurzoam en zwiegend mor mit n onrusteg gemoud dut zai wat heur zegd wordt en heur biechtvoader volt sloop aan ain kaant open en schudt aal dij pluusters van ganzeveren tot ‘t venster oet, krekt as dat n beste poeste wiend zok aankondegt ien ’t bloaderdak van hoge bomen omtou.

Verbiesterd zigt zai dat ain twij tellen nog sikkom niks gebeurt moar din daldert dij wiend aan ’t venster veurbie en krigt aal dij pluusters ien ain roam mit zok en lat heur wirreln as n grode leevmtege wolk. Omhoog, omdeel, stoefbie, wiedvot, overaal en naarns.
Wat is din joen bedoulen, fluustert zai zaacht en onzeker .

As ie dat willen, zegt heur biechtvoader, kennen ie joen verdachtmoakens en seupele woarheden dij ie henter en twenter struit hemmen weer goud moaken.
Goa omdeel en verzoamel doar ien boeten aal dij pluusters weer ain veur ain en vlij heur natjes weerom ien joen kuzzensloop.

Mor dat is ommeugelk, zegt zai zaacht en kiekt hom riddersloagen aan.
Krekt, zegt hai, ’t begunt joe te doagen. Krekt zo onmeugelk is ‘t om aal joen woorden van leugens en verdachtmoakens dij henter en twenter omswaarven te achterhoalen en onschoadelk te moaken.

Goa omdeel
en zundeg nait weer.