Archief veur februari, 2012

Rondje Noord 7 (Oland – Zweden)


Veur aiveg op t swet  

(Oland – Zweden)

Muren dwaars over
Aal doudestieds zet
Muur veur wat mienent is
Muur veur wat dienent is
Veur aaltied op stee (?)
En veur aiveg op t swet (?)

Komt tied van geven en nemen – komt road
Komt tied van verlichten
Din kinve we heur slichten
Din kinve wel tou mit wat poaltjes en droad

 

Rondje Noord 7 – Öland/Zweden 2010

Als om zich af te sluiten

Een koningskind wou delen.
Naar buiten om te spelen.
Maar om de gracht stond daar een bijna
hemels-hoge muur.

Muur zonder mededogen.
Muur ook van onvermogen.
Een muur tussen de werelden van water
en van vuur.

De blinden voor de ruiten
als om zich af te sluiten
voor licht – verleiding – leven – liefde en
voor avontuur.

 

 

Meertmoand dialectmoand in Bibliotheek Delfziel


28/03/2012
20:00tot22:00

Ankom wonsdagoavend 28 meert speult Hans van der Lijke
van  20.00 u tot 22.00 u in de Bibliotheek van Delfziel.
Oude Schans 23  (Info: mgroniger@mijneigenbibliotheek.nl)

 

 

Rondje Noord 6



NORGE                                                                                                    Foto ‘s:  Tinie Hoek

Norge is te grond oet kropen
Aal zien wonder wotterlopen
Doekeln – stroekeln zunder droalen
noar zien daibe gruine doalen

Norge is oet eerde nomen
Slepen dou – deur gletsjerstromen
Sikkom dag en nacht beregend
Deur de middernachtzun zegend

Norge is noar boven kommen
Is tot in de wolken klommen
Tot aan doar niks is te hoalen
Doar zien rendaaiern verdwoalen

Norge dut doar ale joaren
Winter even opbewoaren
Widde loakens op de huchten
Tot September niks te duchten

Norge – mout ik weer vervoaren
Wil ik die nog richt verkloaren
Dat ik aander joar weer geern
Kom om bie die aan te meren

 

Rondje Noord 6 – Noorwegen 2010

Wachtend op de stoere Noren

Stond een wit-ivoren toren
rond-om-rond een leeg heelal.
Daar werd het idee geboren
voor het eeuwig één en al.

Voor de eerste zonnestralen.
Voor wat nog niet was bedacht.
Voor metalen – mineralen
sterrenstof en zwaartekracht.

Stond een wit-ivoren toren
als in lichtelijk verval.
En de tijd lag als bevroren
wachtend op het hoorngeschal.

Wachtend op het wijde water
en de allereerste schouw.
Op de lichtjes even later
vonkend op de morgendauw.

Wachtend op de stoere Noren
en hun land van berg en dal.
En het eindeloos bekoren
van de wilde waterval.